Ik heb een koraalrode Fiat500. Op de zijkant staat een stralend oog. Daarnaast de tekst ‘Met plezier op avontuur’. Dat is niet voor niets. Het is een boodschap. Voor iedereen die hem leest, maar bovenal aan mezelf. De tekst maakt me blij. Hij zorgt ervoor dat ik met een glimlach voor een rood stoplicht sta of in de file. Want zeg nou zelf: met zo’n tekst kan je niet chagrijnig voor je uit staren. Maar zoals ik al zei is het ook een boodschap waar ik mezelf graag aan blijf herinneren. Want er zijn tijden geweest dat ik vooral ging voor veiligheid: een vaste baan, maandelijks mijn salaris, dingen doen waarvan ik wist dat ik ze kon. En als ik dan eens iets nieuws wilde uitproberen, dan kostte dat veel stress. Willen voldoen aan verwachtingen. Of vooral: de verwachtingen die ik dacht dat anderen van me hadden. Ouders, leraren, vriendinnen, collega’s, klanten… En mijn eigen verwachtingen: de beste willen zijn, iets direct goed kunnen, veel ja zeggen en dan in tijdsnood komen, iets goed kunnen en… de beste willen zijn.

Ik doe niet mee!
Als kind was ik altijd al nieuwsgierig. Ik wilde veel weten, uitproberen, ontdekken. Zelluf doen. En zelf beslissen. Mijn eigen keuzes maken. Maar dit werd niet altijd gewaardeerd. Een moment op de kleuterschool blijkt achteraf heel bepalend te zijn geweest in mijn leven. Daar kwam ik rond mijn veertigste achter..

Als vierjarige zat ik in de klas. We zongen liedjes. Eén lied vond ik heel stom. ‘Jantje wou zijn melk niet drinken.’ Natuurlijk wil hij geen melk drinken! En dus zong ik niet mee. Juf werd boos. Ik moest gewoon meedoen. Niet zo eigenwijs zijn. Ik hield voet bij stuk en uiteindelijk mocht de hele klas naar buiten, behalve ik. Ik moest voor straf binnen blijven. Uitgesloten, omdat ik niet mee wilde doen. Omdat ik een afwijkende mening had.

Dit heeft grote gevolgen gehad in mijn leven. Ik wilde erbij horen, paste me aan, werd volgzaam en ontwikkelde faalangst. Ik had het gevoel te moeten voldoen aan de verwachting van anderen. Wat die verwachting ook moge zijn, want het was mijn interpretatie.

Dat nieuwsgierig zijn bleef wel. Ik ging naar de School voor Journalistiek. Daar werd nieuwsgierig zijn beloond. Doorvragen, uitzoeken, samenvatten. En ook in de twaalf jaar bij Randstad scoorde ik altijd uitmuntend op de kernwaarde ‘simultane belangenbehartiging’. Ik zocht altijd naar de echte win-win, stond open voor ieders verhaal, zocht net zolang tot ik de overeenkomsten had gevonden en een door ieder gewenst resultaat.

De beste willen zijn
En, ik kom uit een gezin waar sport en competitie onderdeel zijn van mijn jeugd, wilde altijd de beste zijn. Dat lukt me ook best vaak. Want als ik ergens voor ga, dan ga ik er helemaal voor. Alles of niets. De dood of de gladiolen. Ik kan me nog goed die keer herinneren dat ik als 10-jarig meisje meedeed aan een Dikkebandenrace, een fietswedstrijd op je gewone fiets. Ik zou iedereen wel even laten zien dat ik dit kon. Ik finishte als snelste van mijn klas, vóór de jongens. Werd vierde in totaal, eerste van de meisjes. En daar stond ik, voorover gebogen in de bosjes, overgeven van de vermoeidheid. Maar ik had het wel gedaan! Helaas geen prijs. De organisatie had besloten dat er geen apart klassement voor meisjes was. Maar toch..

Mijn moeder stimuleerde mij ook altijd door me aan te moedigen. Ik was vaak onzeker. Weer dat goed willen doen, iets kunnen. Zeker met een jongere broer die, in mijn ogen, altijd alles leek te kunnen. Zij zei dan: ‘Je kan het Linda. Je moet iets misschien 10x doen voor je het kunt, maar je kunt het.’ Dit goedbedoelde advies werd door mij iets te letterlijk genomen. Ik kan het niet. Alleen als ik het heel vaak herhaal. Op mijn dertigste kreeg ik van een trainer te horen: ‘Jij wilt niet leren, jij wilt kunnen.’ En dat herken ik. Ik heb een hekel aan herhalen, ik wil direct kunnen. Laten zien dat ik het kan. En daar waardering voor krijgen. En die krijg ik. Vaak. Want als ik iets echt wil, dan lukt het.

Maar ondertussen werd het mij ook regelmatig te veel: hyperventilatie, drie keer een burnout, een hernia, op mijn 19e voor het eerst bij een psychiater, zo’n echte met een bank waar ik op moest liggen en een kamer vol boeken, later nog ruim anderhalf jaar psychotherapie. Achteraf vele waarschuwingen om beter naar mezelf te luisteren, niet te willen voldoen aan een ander, maar.. hardleers en competitief. Ik zal het vandaag opbiechten, heb dit nog nooit aan iemand verteld: ik heb de domeinnaam lindaisdebeste.nl al 10 jaar. Steeds wanneer ik opruim, blijf ik deze houden. Ik denk dat het nu eens tijd wordt om deze te laten gaan…

Doorgaan en doorgaan
In ons gezin was het heel gewoon om ervan uit te gaan dat ‘Wie A zegt moet ook B zeggen.’ Dat had op mij ook nogal een impact! Pas op 37-jarige leeftijd kwam ik erachter dat dit niet betekent dat je niet mag opgeven. In 2008 had ik net een nieuwe baan. Het voldeed aan alles wat ik wilde: personeelszaken, leidinggevend, regelmatig op pad (naar de dierentuin nog wel!) en leuke collega’s. Maar ook een directeur die uitgaat van wantrouwen en controle, terwijl ik juist geloof in vertrouwen en ruimte geven. Dat ging mis. Uiteraard. Dit kon ik zo niet volhouden. In een gesprek meet mijn moeder vertelde ik dat ik wilde stoppen, maar dat ik pas een jaar bezig ben. Ik moest het nog een kans geven. Het kán nog veranderen. Mijn moeder keek me verbaasd aan: ‘Jij hebt alles geprobeerd. Dit is geen opgeven. Dit is juist verstandig.’ Daar ging mijn interpretatie van ‘wie A zegt moet ook B zeggen’ en ‘opgeven is geen optie.’

Vele jaren had ik een een steeds terugkerende droom. In die droom word ik achtervolgd, ik wil wegrennen en hard gillen, maar sta als aan de grond genageld en er komt geen geluid. Waarop ik badend in het zweet wakker word. Nu weet ik wat het betekent: Ik spreek mezelf niet uit. Ik zit vast in een situatie, omdat ik me vast laat zetten, door de verwachtingen die ik denk die een ander van me heeft. Het meisje van de kleuterschool is weer even terug.

Er is altijd een grens
Mijn lichaam geeft altijd signalen: lage rugpijn, vastzittende schouderbladen, een brok in mijn keel, die droom… Maar het is pas sinds een paar jaar dat ik daarnaar luister, signalen herken en ernaar handel. In het verleden gaf ik mijn hoofd de ruimte om alles recht te praten. Nu luister in naar dit gevoel, omdat ik weet dat mijn buik me nog nooit in de steek heeft gelaten.

Begin 2000 las ik in het personeelsblad van Randstad een interview met bergbeklimster Katja Staartjes. Zij vertelde dat niemand lang op de top van een berg kan blijven. Je komt in zuurstofnood. En dat herken ik zo. Ik ging ook maar door en door en door… Want ja, ik wilde altijd de beste zijn.

Katja vertelde: Hoe gaaf het ook is om boven te zijn, je doel te bereiken, je moet naar beneden, anders wordt het letterlijk je dood. Terug naar een basiskamp. Steeds opnieuw vertelde ik dit verhaal aan anderen, wanneer ik zag dat ze maar doorgingen. En ikzelf? Ik herkende het verhaal, maar ik deed er niet echt iets mee. Ook nu laat ik me nog regelmatig meevoeren, wanneer iets leuk is. Omdat ik iets doe waar ik van geniet, waar ik goed in ben. Doorgaan, doorgaan, doorgaan. Flow noemen we dat dan. Het lijkt positief. Dat is het misschien ook, maar niet wanneer het te lang aanhoudt. Mijn hoofd zegt dan: ‘Ach het is maar even. Binnenkort is het weer rustiger.’ Maar die onrust blijft en ik.. ik moet terug naar dat basiskamp. De plek waar ik ademhaal, waar ruimte is voor nieuwe energie en onverwachte dingen, of even helemaal niets. Vroeger genoot ik van een volle agenda. Het gaf me een gevoel van veiligheid, ertoe doen, van waarde zijn. Nu grijpt het me naar de keel. Ik heb ruimte nodig, om me te kunnen verwonderen, om te genieten, om open te staan voor verrassingen en onverwachte kansen. En juist daardoor van waarde te zijn. Vol aandacht. Bezig zijn met dat wat ik op dat moment doe: een gesprek, iets lezen, tekenen, wandelen.

Keuzes maken
Toen ik in 2010 begon met mijn eigen bedrijf liet ik de slogan ‘met plezier aan de slag’ op mijn auto zetten. Daar stond ie dan: mijn vrolijke gele Fiat500 met die spreuk. Recht voor mijn raam. Als een constante reminder dat ik alleen nog maar ging doen wat ik zelf wilde, niet omdat een ander het van me verwacht. Of dat ik denk dat een ander het van me verwacht. En hoeveel mensen toen tegen me hebben gezegd: ‘maar je moet wel geld verdienen’ of ‘je man heeft zeker een goede baan waardoor jij het niet nodig hebt.’ Ik kan daar echt boos om worden. Terwijl ik weet dat het meer zegt over de ander, dan over mij. Nee, ik wil echt alleen nog maar keuzes maken die voor mij goed zijn én daarmee voor mijn klanten. Wanneer ik het naar mijn zin heb, presteer ik beter en ben ik van meer waarde. In mei 2010 was er ook geen ontkomen meer aan. Ik was vijf maanden zelfstandig ondernemer, had direct een volle agenda, maakte een vliegende start. Toen deed ik mee aan een workshop ‘systemisch werk voor ondernemers’. Ik werd gevraagd om iemands ‘passie’ te representeren in een opstelling. Op een gegeven moment liep ik rood aan. Alle frustratie bouwde zich in me op. Jasper, de begeleider, vroeg me:’Passie, wat gebeurt er met jou.’ Ik knapte zowat uit elkaar. Ik riep:’Laat ze nou een keus maken!’ Na afloop van de opstelling was ik alweer ontheven uit mijn rol. Maar ook moest vreselijk huilen. Dit ging niet alleen over haar passie. Ook ik moet een keuze maken! Doen wat ik echt wil doen, niet wat er op mijn pad komt (de rijdende trein), waar ik goed in ben en wat me nu geld oplevert. Ik moet kiezen en dat gaan doen wat ik echt wil doen. Ik kon niet meer terug, ook al had ik geen idee wat ik precies wilde. Na een week bedenktijd, besloot ik mijn opdrachten te beëindigen. Er stond al een reis naar Australië gepland en toen ik terugkwam op 4 februari 2011 had ik een lege agenda. De vliegende start die ik maakte als zelfstandig ondernemer was voorbij. Ik begon opnieuw. Met plezier aan de slag…

De slogan ‘met plezier aan de slag’ heeft ook betrekking op mijn klanten. Ik geloof echt dat je dan betere resultaten boekt en veel beter voor jezelf zorgt. Het grappige was dat die slogan op mijn auto er ook voor zorgde dat ik met een glimlach voor een rood verkeerslicht of in een file stond. Je kunt niet sacherijnig kijken terwijl er ‘met plezier aan de slag’ op je auto staat. Ik werd me veel meer bewust van mezelf. En het werkt. Vroeger bij Randstad zeiden we altijd al: eerst een glimlach, dan de telefoon opnemen. De klant hoort het namelijk. En dat is ook echt zo. En probeer maar eens echt sacherijnig te zijn, of boos, of teleurgesteld, wanneer je lacht. Het kan gewoon niet. Wat niet wil zeggen dat ik altijd vrolijk ben. Voor mij is het juist super belangrijk dat alles er mag zijn. Ik wil ook graag gezien worden met alles erop en eraan. Zo hield ik een jaar lang bij waar ik dankbaar voor ben. In het begin waren dat grootse gebeurtenissen, maar al snel was er niet iets groots en bleken dingen zich te herhalen. Stond ik mezelf toe om dat te benoemen? En ik werd dankbaar voor de zon die ’s morgens in mijn kamer scheen, de groene specht die met me meevliegt terwijl ik met mijn vader een rondje fiets. Op maandagmorgen! En ja, op een gegeven moment was ik zelfs dankbaar dat ik kon toegeven aan een baaldag.

Met plezier op avontuur
In 2016 schreef ik mijn boek ‘Zo simpel is het dus wél. 15x weerstand overwinnen.’ Sommigen noemen het een zelfhulpboek, ik gruwel van dat woord. Voor mij is het een inspiratieboek. Een boek over het voor elkaar krijgen van je verlangens, waarbij je hoofd je vaak in de weg staat. Ik vertel mijn verhaal, met alle twijfels en onzekerheden én alle successen. Want alles hoort erbij. Vaak wordt me gevraagd: ‘Je hebt toch niet alles in je boek beschreven? Er zijn toch wel situaties die je achter hebt gehouden?’ Ik was de eerste keer oprecht verbaasd toen iemand dat vroeg. Nu weet ik dat veel mensen dit denken. Maar zo denk ik niet. Ik stap vol vertrouwen de wereld in. Dus deel ik alles. Ik ben bewust naïef. Ik hou ervan om zo het leven tegemoet te treden, vol vertrouwen, openstaand voor alles wat er op mijn pad komt. Het heeft mij tot nu toe veel opgeleverd. Ik kan ook niet anders. Nee, ik kan echt niet anders. Dit is hoe ik wil leven. Mijn verlangen is een wereld waarin iedereen vanuit vertrouwen in beweging komt. En daarom staat er tegenwoordig niet meer ‘met plezier aan de slag’ op mijn auto, maar ‘met plezier op avontuur’. En de gele Fiat heeft plaatsgemaakt voor een koraalrode. Dat ‘koraal’ is belangrijk voor me. Niet gewoon rood. ‘Met plezier op avontuur’ is een groot verschil. Voor mij én de mensen om me heen. Avontuur is iets waar ik de uitkomst niet van ken, wat me aantrekt, juist door het niet-weten, wat een grote kik geeft wanneer ik het heb gedaan, waarin ik weer tot nieuwe inzichten kom. Ik kan niet terugvallen op kennis. Bij avontuur moet ik vooral mijn gevoel volgen. Gewoon gaan, stappen zetten. Ben ik teruggeworpen op mezelf. Met alle aandacht bij dat ene moment. Durf ik het aan? Durf ik te springen? Zo ja, dan ga ik! En dat brengt me op onverwachte plekken, geeft me nieuwe inzichten en heel veel plezier.

Dankjewel Maria Mazarakis dat jij me uitdaagde mijn verhaal te vertellen. En dat je me op het hart drukte: ‘Je hoeft met je verhaal geen doel te bereiken, het vertellen van je verhaal is je doel.’