Lezing met als thema tevredenheid. Dag van de Retoriek, een initiatief van Jan Vaessen.

Een paar weken geleden ging ik met mijn vader op vakantie. Met zijn tweeën in een camper. Van tevoren hadden we een doel afgesproken. We gingen naar Normandië. Mooie natuur, genieten van het samenzijn en op zoek naar de geschiedenis van onze vrijheid. Om de dag wisselden we van plek. Diegene achter het stuur bepaalde de route, het tempo, de afstand, de plaatsen waar we stopten.

Ik vind het echt heerlijk om met z’n tweeën in die camper te zitten. Alles hebben we bij ons. Wie doet ons wat? Ik voelde me heerlijk vrij die week. Alleen maar doen waar we zin in hebben, mijn eigen huisje mee, dagritme af laten hangen van onze zin. Dat gaat ons goed af. Rondrijden, stil zijn, koffie drinken op een mooie plek in het bos, genieten, een biertje op een terras, monumenten bezoeken. Heerlijk!

Samen op reis

En tijdens de week ontstonden ook mooie gesprekken over vroeger, over politiek, over ons gezin. Mijn vader en ik kunnen allebei nogal uitgesproken zijn en daar ontstaan ook fijne discussies. Echt botsen doen we niet tijdens die gesprekken. Dat gebeurt op een heel ander moment. Mijn vader kan namelijk heel ‚makkelijk’ zijn. Tenminste, hij vindt dat makkelijk. Op momenten dat ik hem vraag wat hij wil doen, zegt hij ‚maakt mij niet uit, doe maar wat jij wilt”. Eén keer gaat dat goed, twee keer ook wel, maar de derde keer erger ik me gruwelijk aan zijn houding van ‚ik ben de moeilijkste niet’. Zég gewoon wat je wilt!

Sinds een tijdje ben ik erachter waarom ik dit zo vervelend vind. Voor mij is dit één van de belangrijkste dingen in het leven: je eigen wensen laten horen. Opkomen voor jezelf. Je eigen dromen volgen. Ideeën waarmaken. Dit zou ontzettend makkelijk moeten zijn. Jij weet immers wat je wilt, toch? Maar toch blijkt dit vaak ontzettend lastig. Als je heel eerlijk bent weet je misschien helemaal niet wat je écht wilt. En als je het wel weet, zijn er allerlei redenen om ervan af te wijken. Hele legitieme redenen. Je hele leven word je gewezen op wat goed is en wat fout, wat anderen van je verwachten.

Kleine Linda

Vroeger was ik soms een verlegen meisje. Dan keek ik graag de kat uit de boom. Op andere momenten had ik een duidelijke mening. Wanneer ik afwachtend was, stuurde mijn moeder me zonder pardon op pad: „Kom op, dat kun je best wel. Toe maar.” Wanneer ik een duidelijke mening had, werd ik door de juf op school teruggefloten: „Dat doen we niet, dat hoort niet, je moet gewoon meedoen, je bent nu niet aan de beurt.” Beide waarschijnlijk met de beste bedoelingen, maar ik schoot heen en weer tussen wel doen en niet doen, in het plaatje willen passen en bij de groep horen, en ontdekken wie ik zelf ben. Het maakte mij steeds onzekerder, ik ontwikkelde faalangst en op latere leeftijd hyperventilatie en meerdere burn-outs. Toch zagen buitenstaanders mij als succesvol en met een eigen mening. Tijdens functioneringsgesprekken werd mijn ‚simultane belangenbehartiging’ geroemd. Ik kon zo goed een probleem van verschillende kanten bekijken en de belangen van alle betrokkenen mee laten wegen. Daar ben ik inderdaad heel goed in. En dat is echt super handig wanneer ik me bezig houdt met veranderingsprocessen en het waarmaken van ideeën. Maar de reden dat ik dit goed kan, is dat ik altijd heen en weer werd geslingerd tussen wat ik zelf wilde en wat anderen van mij verwachtten. Of wat ik dácht dat anderen van mij verwachten. Met alle negatieve gevolgen van dien. En gelukkig, ook met heel veel positieve, die vaak de overhand hadden. Of moet ik zeggen, die vaak de overhand hebben?

Twee jaar geleden ontdekte ik een pijnlijk moment op de lagere school, welke me gevormd heeft tot iemand die graag bij de groep wil horen, die niet uitgesloten wil worden. Ik was bij een bijeenkomst. In een groep mensen gingen we zingen. Ik hou niet van zingen. Nou ja, wel alleen in de auto, maar niet in een groep. Ik kreeg op dat moment letterlijk buikpijn. Ik werd heen en weer geslingerd tussen weglopen en niet meedoen of gewoon aanpassen, niet zeuren, een beetje samen zingen dat kan toch geen kwaad? Ik besloot de ruimte te verlaten. Destijds een overwinning op mezelf. Buiten gekomen barste ik in huilen uit. Ik kon niet meer stoppen. Ik had geen idee waar het vandaan kwam. Enkele weken later werd het pijnlijk duidelijk. Op de kleuterschool was er iets gebeurd. Nu, ruim 35 jaar, later viel het kwartje. Destijds gingen we samen een liedje zingen. Kleine Linda wilde niet meedoen. Het lied ging over Jantje, die zijn melk niet wilde drinken. Linda snapte Jantje wel. Melk is vies! Ze weigerde om het lied te zingen. De juf werd boos. Linda legde het uit aan de juf, maar die had geen pardon. Meezingen. Linda weigerde. Uiteindelijk gingen alle kinderen buitenspelen. Linda bleef achter in de klas. Ze mocht niet mee. Eerst het lied zingen en dan pas naar buiten. Linda bleef die ochtend binnen. Verdrietig en niet begrijpend wat er aan de hand was. Melk is toch vies?

BS22, werkplaats voor waarmaken van ideeën

Als je anders denkt of anders zegt, dan steek je je kop boven het maaiveld. Dan word je gezien. Dat vind ik fijn! Dat zorgt ervoor dat ik iets kan veranderen, dat ik misschien een voorbeeld kan zijn voor anderen. Maar wanneer je je eigen ideeën waar wilt maken, kun je ook opeens anders zijn. Je mag niet meer meedoen. Dat doet pijn. En het gekke is: je wilde niet eens meedoen!

In Normandië waren we op zoek naar de geschiedenis van onze vrijheid. Omaha Beach, Utah Beach, Pegasus Bridge… Mannen en vrouwen die in de Tweede Wereldoorlog streden voor de vrijheid. Beklemmend, angstig, stoer, sterk. Allerlei gevoelens gingen door mijn hoofd. Hoe zouden de mensen zich toen gevoeld hebben? Ik kan het me eerlijk gezegd niet voorstellen. Hoe ver ga je voor je vrijheid? En wat is die vrijheid eigenlijk?

Wij zijn in Nederland vrij. Toch? Er is in ieder geval geen oorlog. Toch zie ik veel strijd om mij heen. En gevangenis. Ook ik zit zo af en toe gevangen. Ik breek vaak uit. Ik doe wat ik wil. Ik zeg wat ik denk. Ik ben wars van allerlei procedures. Hou er absoluut niet van wanneer mensen iets doen omdat dat nu eenmaal zo hoort. Ik wil vrijheid! Vrij zijn in denken en doen. Totdat ik niet voor elkaar krijg wat ik wil. Dan ga ik me aanpassen. Dan zoek ik naar een compromis. Dan kijk ik hoe mijn ideeën passen in een bestaande structuur. Probeer ik net als dat kleine meisje van vroeger te voldoen aan… Ja, aan wat eigenlijk? Dit vertraagt mijn stappen en zorgt ervoor dat mijn energie wegvloeit. Ik word opstandig en ben kortaf. En levert dit iets op? Anders dan frustratie en teleurstelling? Vaak niet. Door me aan te passen, loop ik vast. Plannen worden niet waargemaakt en mensen snappen me niet meer. Ik wilde toch iets? En nu?

Op dat moment wordt me een spiegel voorgehouden. Ik doe hetzelfde als zij. Ik zet geen stappen. Ik maak mijn dromen niet waar. En eigenlijk is iedereen heel blij dat er eindelijk eens iemand opstaat. Niet klaagt, maar doet! Mijn vrijheid zit in mezelf. Ik sluit mezelf keer op keer op. En het ergste is: alleen ik heb de sleutel. Buiten zijn de mensen die mee willen doen, die me kunnen helpen. Daar zijn de mensen met wie ik kan waarmaken, mijn dromen en ideeën realiseren. Dus kom op, zet die stap naar buiten en ga samen op reis. Maak je dromen waar en wees een voorbeeld.

retoriek, foto René Wouters

Foto’s:
BS22 door Tessa Wiegerinck Fotografie
Retoriek door René Wouters
Overig privé