Verbinden, vertrouwen, waarde en overwaarde, overvloed… woorden die in mijn hoofd rond blijven zingen. Woorden ook die voor mij heel gewoon zijn. Het is niet iets waar ik in beginsel over nadenk. Ze zijn logisch voor me, ze horen zelfs bij mij. En toch werkt het de afgelopen dagen tegen me. Ik worstel. En ik puzzel.

Worsteling met de waarde van de verbinder
Zondag werd ik geconfronteerd met twee teksten. De eerste is een interview door Marleen Kruitwagen met Jan Hof met als titel ‘Wie betaalt de verbinder?’. Ik voel veel herkenning! ’s Avonds verscheen er een reactie van Annette Dölle: ‘De verbinder wordt áltijd betaald’. Ook hier veel herkenning. Tegelijkertijd ergernis, onbegrip, onmacht misschien ook. Mijn worsteling werd erger. Mijn eerste reactie was ‘vechten’ en direct daarna verplichtte ik mezelf een stap terug te doen. Misschien ligt hier de oplossing voor mijn vraagstukken. Ik leg de afzonderlijke puzzelstukjes op een rij.

Een paar weken geleden heb ik Jan Hof eindelijk ontmoet, nadat we al regelmatig contact hadden op Twitter. Ik heb Jan hoog zitten. Hij leeft vanuit zijn hart. Zoekt naar oplossingen vanuit passie en verbinding.

De waarde van woorden
Terwijl ik dit schrijf, denk ik terug aan een andere ontmoeting van afgelopen vrijdag met Henk Welling. Henk is beeldhouwer. Meer specifiek: hij houdt zich bezig met letterkunst in steen. Hij nodigde mij uit in zijn werkplaats. Hij maakt de prachtigste creaties, in opdracht of gewoon omdat hij het zelf wil. Een steen met gebeeldhouwde letters trekt mijn aandacht. De letters vormen het woord ‘transformatie’. “Ik hou van mooie woorden,” zegt Henk terwijl ik hem niets gevraagd heb. Ik glimlach en denk: Transformatie is een prachtig woord. Tegelijkertijd neemt het een hele worsteling met zich mee. Transformatie gaat bijna nooit zonder slag of stoot. En tegelijkertijd vindt een transformatie alleen plaats wanneer het er tijd voor is, wanneer we er ruimte aan geven en wanneer we het laten gebeuren. Terwijl ik zijn warme werkplaats uit loop, de decemberkou in, zie ik drie stenen voor het raam staan. Alledrie met een woord: passie, visie en missie. Ik loop terug naar binnen en vraag Henk of we deze stenen mogen gebruiken voor het filmpje dat we aan het opnemen zijn. Het mag… maar alleen wanneer ik eerst naar het verhaal erachter wil luisteren. Ik knik en ga wat dichter bij de kachel staan. Henk kijkt me doordringend aan. “Visie, missie en passie zijn mooie woorden, maar mensen maken ze kapot. De woorden worden te pas en te onpas gebruikt. Een zorgcentrum met een passie voor mensen is alleen nog maar bezig om de financiën rond te krijgen. Hoezo passie voor mensen? Ik beitel de woorden uit, sierlijk en vol kracht. Op deze manier wil ik de woorden hun waardigheid terug geven.” Ik knik opnieuw. Ik herken het. Er zijn veel woorden waar ik blij van word, maar ze worden steeds minder waard. Langzamerhand durf ik bijna niet meer te zeggen dat naoberschap iets moois is, dat ik een verbinder ben, dat ik een passie heb voor mooie dingen doen, het grijpen van kansen. Weer een stukje van de puzzel. Ik weet alleen nog niet op welke plek hij hoort.

Asynchrone wederkerigheid
Terug naar Jan en zijn interview. Hij vraagt zich in het artikel oprecht af ‘Wie betaalt de verbinder?’ Hij zegt: “Als verbinder verbind ik alles aan iedereen maar aan het eind van de dag is het maar de vraag wat ik daarmee verdien. Ik merk dat het heel erg gewaardeerd wordt dat ik mensen bij elkaar breng. Wanneer het over geld gaat, wordt het lastig. De verbinders die wel geld verdienen, verbinden projecten aan subsidies, dat zijn een soort fondsenwervers. Ik ben een bouwer, zet graag dingen op. Altijd samen met anderen. Die opstartfase is moeilijk in geld uit te drukken. Stel, ik verbind jou aan een koploper en jullie gaan samen projecten doen die geld opleveren. Wat heb ik daar dan aan verdiend? Dat is volgens mij de essentie van het probleem: vooraf is de waarde niet te bepalen, achteraf is de waarde van een verbinding vaak vergeten.” Ik denk niet dat de waarde vergeten is, maar er wordt vaak geen financiële consequentie aan verbonden. Mensen bedanken mij heel vaak voor de hulp die ik heb geleverd. En dan komt Ronald van den Hoff in me op. Hij heeft het over asynchrone wederkerigheid. Als ik iets voor jou doe, dan krijg ik dat hoe dan ook, ergens anders terug. In welke vorm dan ook. Daar geloof ik ook in. Wie goed doet, goed ontmoet.

Verbinden vanuit vertrouwen
Een logische stap naar het blog van Annette Dölle. Ze schrijft hierin:”Dus, we delen en verbinden, maar ondertussen leeft er kennelijk ergens op een laagje in ons brein de wens om ons gedrag meer gewaardeerd te zien.” Deze zin knaagt aan mij. Ik wil niet mijn gedrag meer gewaardeerd zien. Ik blijf lekker door verbinden. Dat is immers niet iets wat ik bewust doe, omdat ik het bedacht heb. Ik verbind omdat dit is wie ik ben, waar ik in geloof. Daar komen de woorden overwaarde en denken in overvloed erbij. Ik verbind vanuit het volste vertrouwen. Het vertrouwen dat ik mijn netwerk niet kwijt ben, wanneer ik het deel, dat het zelfs sterker wordt. Het vertrouwen dat mijn ideeën soms beter thuis zijn bij een ander dan bij mezelf. Het vertrouwen dat wat ik niet gebruik, jou verder kan helpen of gelukkig maken. Het vertrouwen dat ik voldoende kennis, ervaring en netwerk heb om op voort te bouwen. En zoals eerder gezegd wil ik niet de woorden van Annette weerleggen, maar gebruik ik ze om mijn eigen visie verder vorm te geven. Waarom word ik geraakt? Wat maakt dat ik me zowel in de woorden van Jan als Annette herken en tegelijkertijd voel dat ik ergens partij moet kiezen? Twee puzzelstukjes.

De winst van verbinden
Terug naar de tekst van Annette. Ze heeft het over de opbrengst van verbinden in verschillende vormen: collectief geluk, sociaal kapitaal en reflectief kapitaal. Collectief geluk beschrijft ze als ‘Vanuit positieve verbindingen wordt de wereld in het algemeen mooier, en daar profiteren we uiteindelijk allemaal van.’ Jaa! Eens! ‘Het sociale kapitaal is een win-win-situatie van wederkerigheid op basis van integriteit, gelijkwaardigheid en vertrouwen.’ Ook herkenbaar. En Annette zegt: ‘het reflectieve kapitaal.’ Iets geven aan of doen voor een ander, zonder dat je duidelijk maakt dat jij het deed, gewoon omdat je iets voor de ander wilt betekenen. En daar dan stilletjes van genieten wanneer je ziet dat de ander er blij mee is. Annette schrijft: “Weten waarom je doet wat je doet. Voor jezelf. Dát is het vermogen om er op individuele wijze vorm aan te kunnen geven, waardoor je altijd winst boekt.” Ook dit is herkenbaar. En gevoelsmatig zit hier een ander puzzelstukje. Eén die ik nog niet precies begrijp. Bij Durftevragen geef ik veel tips en ideeën. Ik vraag nooit wat mensen er mee hebben gedaan. Ik zeg zelfs tegen de groep dat ze dit ook niet aan elkaar moeten vragen. Want een tip die je nu geeft, kan voor mij op dit moment totaal niet relevant zijn. Dat maakt de tip niet minder waardevol.
Eerder in haar stuk schreef Annette: “Als je mensen aan elkaar verbindt vanuit de wens en intentie om materie te ontvangen, dan gaat het hélemaal mis. Niet een beetje mis – maar echt faliekant, over-de-top, helemaal, verkeerd mis.” Oei… Terwijl ik zoek, schrik ik van deze stelligheid. Ik puzzel verder. Verbind ik vanuit de wens en intentie om materie te ontvangen? Nee. Ik verbind omdat ik niet anders kan. Omdat dit is wie ik ben en waar ik in geloof. En ik vind dat je daar best een vergoeding voor mag ontvangen. En is het dan ineens ruil in plaats van geven en delen? Dat zou kunnen, maar dat was nog steeds niet de intentie. Dat is dan een gevolg. En volgens mij vinden Annette en ik elkaar daar. Want in haar blog schrijft ze dat collectief geluk, sociaal kapitaal en reflectief kapitaal leiden tot geld.

Is er een verdienmodel?
En toch voelt het niet alsof daarmee de kous af is. Daar mag best een verdienmodel tussen zitten. En dit is wat anders dan geld verdienen met het één (een andere baan, andere opdrachten) en de winst die in het verbinden zit door collectief geluk, sociaal kapitaal en reflectief kapitaal. Waarom geen geld verdienen met verbinden wanneer dat is wat je goed kunt? Toen ik bij Randstad Uitzendbureau werkte vond iedereen het logisch dat ik geld verdiende met verbindingen leggen. Toen ik journalistiek studeerde was het ook logisch dat ik door het vertellen van verhalen over de één aan de ander, iets verdiende. En toen ik hoofd personeelszaken was kreeg ik ook mijn loon om de verbindingen die ik legde. Nu ik verbindingen leg omdat dat is wat ik nu eenmaal goed doe, is het niet altijd even logisch. Mensen nodigen me uit om bij brainstormsessies te zitten omdat ik dat goed kan, omdat ik waardevolle input lever. Wanneer ik vraag of er budget is, kijken ze vreemd. Vorige week werd ik gevraagd als voorzitter van een landelijk netwerk. Er werd letterlijk gezegd: “Wij geven heel bewust geen vergoeding aan kennisdelers via onze netwerken vanuit het idee dat de netwerkdeelnemers daar zelf ook profijt van hebben.” En natuurlijk klopt dat. Maar ik ben geen kennisdeler, ik ben een kennisverspreider of kennisverdeler, een verbinder. Ik word gevraagd om een netwerk te begeleiden. Dat is een activiteit waar ik gewoon voor betaald kan worden. Zeker omdat ik niet specifiek zit te wachten op de kennis die gedeeld wordt in dit netwerk. Wel vind ik het, oprecht, heel belangrijk dat de aanwezige kennis gedeeld wordt onder de deelnemers. Ik verbind graag de aanwezige kennis aan elkaar, zodat een versnelling in een proces plaatsvindt En dan denk ik opnieuw aan de asynchrone wederkerigheid. Maar ook het woord balans komt in me op. Marcel van Driel zei een paar jaar geleden tegen me: “Waar ga jij je geld mee verdienen? Je moet eerst goed voor jezelf zorgen, pas dan kun je voor een ander zorgen.” Iets wat ik heel goed weet. Maar de puzzelstukjes passen nog niet in elkaar. Ik blijf delen, geven en verbinden omdat dat is wie ik ben en wat ik doe. Ondertussen gaat het me niet slecht. Ik geniet van het leven en kan alles doen wat ik wil. Misschien is er niet één verdienmodel voor de verbinder. En moet ik het loslaten om me daar druk over te maken. Tot nu toe gaat het heel goed met me. Is dat dan toch die asynchrone wederkerigheid of het collectief geluk, sociaal kapitaal en reflectief kapitaal wat ook geld oplevert?

Het gaat als vanzelf
Het passende puzzelstukje zit in het gesprek dat ik met Anke van Oostveen had. Wanneer we te hard willen, gaat het lastig. De natuur wijst de weg. Als je dat doet wat bij je past, dan gaat het als vanzelf, zonder moeite en dat wordt herkend. Door los te laten, gaat het weer stromen. Het ‘weten’ vertelt me dat het goed is. Tijd voor transformatie. Stoppen met focussen op dat wat ik niet wil: schaarste. En terug naar die fijne woorden: verbinden, vertrouwen, waarde en overwaarde, overvloed…

——
Dit stuk is geschreven als lezing voor de cursus Retoriek, van boeiend groepsproces tot gloedvol betoog van Jan Vaessen.